#93 Column: Uit liefde voor…

,

Door Jeanette van der Meulen

Ik stap uit de trein op Leiden Centraal en loop samen met een stroom studenten via de achterkant van het station richting de campus. Met gevaar voor eigen leven doorkruis ik de overvolle fietspaden en loop langs het oude poortgebouw van het Diaconessen ziekenhuis op het prachtige gebouw van Naturalis af. 

Vandaag staat er een kindercollege op het programma. Aglaia Bouma- onze entomoloog- vertelt dat zij als kind door een wesp gestoken werd en een fobie ontwikkelde voor alle kleine beestjes. Zij durfde geen stap meer naar buiten te zetten, maar via boeken en internet overwon zij haar angst en raakte steeds meer gefascineerd. Nu is zij insectenexpert bij Naturalis. Veel kinderen herkennen zich hierin, kleine beestjes zijn gemiddeld genomen niet favoriet. Maar eenmaal in actie met een net, een wit laken en een microscoop verwonderen zij zich over de pracht van een kop, borststuk, achterlijf, zes poten, twee paar vleugels, rondom het lichaam de bescherming van het exoskelet en oneindig veel variaties in vorm en kleur. Wat een rijkdom als die onbekende prachtige wereld zich voor hen ontsluit.   

Eind maart 2024 met al het piepkleine groen dat elk jaar weer de grond uitschiet. Verrassend en vanuit eigen logica steeds op een andere plek. De natuur kan onmogelijk  zonder vernieuwing.En ga er maar vanuit dat ook de natuur in onszelf er van nature op gericht is meer leven voort te brengen. Het prille voorjaar is dan ook een prima tijd om nieuwe inzichten op te doen. Ofwel vanuit  je eigen bubbel nieuwsgierig in die van een ander stappen en meekijken.

Ik loop terug, door het station heen en ga via de voorkant richting centrum. Langs de “Bruine Boon” waar de lekkerste appeltaart van Leiden geserveerd wordt. Over de Blauwpoortsbrug rechtstreeks de winkelstraat in. Na “het Kruidvat” linksaf en daar sta ik oog in oog met een prachtig oud gebouw waar mijn collegae van Rijksmuseum Boerhaave mij vanmiddag uitgenodigd hebben mee te kijken met Groep 7 bij de workshop “ Spelen met wiskunde”. De kinderen worden met een prachtige introductiefilm in het anatomisch theater welkom geheten in “de schatkamer van de wetenschap. Het anatomisch theater is een getrouwe replica van het theater dat de Leidse Universiteit in 1594 aan de Rapenburg opende. Je voelt de historie dwars door de houten banken heen je lijf in stromen. In zeven minuten tijd worden wij meegenomen in het ontstaan van de wetenschap. In eerste instantie lagen de vragen puur op het existentiële vlak, maar het sloeg over in nieuwsgierigheid, lef, creativiteit en doorzettingsvermogen. Al vlug ontdekte men dat de wereld “groter” was dan in eerste oogopslag. En alle apparaten om de zintuigen van de mens te verlengen moesten nog uitgevonden en gemaakt worden. Instrumenten voor navigatie op de wereldzeeën, lenzen die het heelal dichterbij moesten halen en de verkenning van de nieuwe kleine wereld van bloedlichaampjes en bacteriën met de microscoop van Antoni van Leeuwenhoek. En om alle ontdekkingen te bevatten en over te dragen ontstond zelfs de behoefte aan een nieuwe taal: de wiskunde. Een pleidooi voor de kinderen om nieuwe vragen en nieuwe uitdagingen te zoeken regelrecht de toekomst in. Dus gaat de groep aan de slag en ontdekt spelenderwijs dat de taal van de wiskunde leuk is en eenvoudiger dan verwacht.  

Het is inmiddels half 3 en ik haast mij naar de Hortus Botanicus – de oudste botanische tuin van Nederland- waar ik mij aansluit bij groep 6 en de workshop “Evolutie”. Na de stichting van de Universiteit Leiden in 1575 ontstond de behoefte aan een kruidentuin voor het onderwijs aan geneeskundestudenten. In 1590 werd het stuk grond achter het Academiegebouw overgedragen van de gemeente aan de universiteit. Eerst lopen wij naar een kolom gevuld met water, waar alg in groeit. Het eerste leven op aarde: de oersoep! Dan de mossen en de varens, waar wij aan de onderkant van het blad sporen zien, die ver voor de eerste zaden zorgden voor vermeerdering. Verderop staat een magnolia waarvan de knoppen in een huls zitten die zo zacht is als konijnenoortjes. En vlak daarnaast de ginkgo boom, die vruchten maakt die stinken naar vieze sportsokken. Zowel de ginkgo als de magnolia, die nu overal in onze tuinen voluit in bloei staat, zijn oeroude overlevers. Zij hebben de extinctie van de dinosaurussen 66 miljoen jaar geleden overleeft. De laatste oeroude, zeldzame boom die de kinderen mogen onderzoeken is de Wollemi Den. Deze den was lange tijd uitsluitend als fossiel in collecties opgenomen. Onverwachts en tot ieders verbazing werden in Australië (1994) levende exemplaren gevonden.  

Mijn bezoek aan de Oude Sterrenwacht houd ik nog tegoed voor volgende week. Dan kijk ik mee in “het vijfhoekige heelal van Gerard Caris”  en maak kennis met het Pentagonisme.

Maar genoeg voor vandaag! En omdat terugblikken op de dag nu eenmaal makkelijker gaat achter een vers stuk appeltaart, strijk ik toch maar even neer bij de “Bruine Boon”. Tevreden realiseer ik mij dat dit meekijken mij elk jaar opnieuw op een originele en onverwachtse manier inspireert. Oud maakt plaats voor nieuw en flora en fauna gaan ons hierin als overlever voor met miljoenen jaren ervaring. Hoe logisch is het dan om mee te bewegen. Zo keken jullie even mee in mijn bubbel, een houding in maart die mij wel bevalt en resulteert in vernieuwende, verrijkende dwarsverbanden. 

Om met een quote van Loesje af te sluiten:  “Angst voor vernieuwing- ik ben vooral bang dat alles hetzelfde blijft”. 

Uit liefde voor…. het leven