Natuurbeleving met wilde planten
Tekst: Marlies Huijzer
Foto’s: Martin Stevens
Kinderen die lekker bezig zijn in een groene speelomgeving, dat is waar wij van Springzaad het allemaal voor doen. Die buitenruimte maak je nog waardevoller voor de natuurbeleving als je er zoveel mogelijk wilde plantensoorten toepast. Die bieden immers voedsel aan de dieren die in je omgeving leven zoals de vele soorten insecten en hun larven. Kinderen zijn enorm geïnteresseerd in alles wat vliegt, kruipt en graaft en het kost geen enkele moeite om ze te verleiden voor een natuurtocht in hun eigen buurt.

[Wilgenroosjes bloeien lang door en trekken veel insecten. Hier komt een koevinkje nectar drinken.]
Welke planten kies je voor speelnatuur?
Voor speelnatuur zijn alle planten die tegen een stootje kunnen en een aardige poos doorbloeien geschikt. Begin maar eens met de wilde soorten die vanzelf komen ‘aanwaaien’ zoveel mogelijk te laten staan bijvoorbeeld robertskruid, hondsdraf, paarse dovennetel, look zonder look, madeliefje en verschillende soorten havikskruiden en toortsen. Ze bloeien prachtig en zijn een bron van voedsel voor bijen, vlinders, kevers, zweefvliegen en andere dieren. Sommige soorten kun je wel beter wegtrekken, zoals stinkende gouwe. Het gele sap van deze plant kan irritaties geven. Er zijn kwekerijen waar je wilde planten kunt kopen zoals Cruydthoeck en Flora voor Fauna in Kortenhoef. Kijk voor meer adressen op de website van Wilde Weelde. Bepaal welke gedeeltes geschikt zijn om er planten te zetten. Ook in bakken doen wilde planten heb prima. Heb je een flink stukje grond bij het speelgedeelte of brede bermen dan is een zaadmengsel voor een bloemenweide aan te raden. Zo’n mengsel wordt geleverd door Cruydthoeck, zie de informatie hierover op hun website. Zaaien en planten doe je na de zomervakantie in de nazomer/herfst of volgend jaar in het vroege voorjaar.

[Ruige leeuwentand, damastbloem en klaprozen geven een zee van bloemen.]
Geschikte soorten wilde planten (er zijn meer mogelijkheden)
Grote tijm (geurig)
Wilde marjolein (geurig)
Bieslook
Ruige leeuwentand
Gewone brunel
Zeepkruid
Bermooievaarsbek
Geel walstro (geurig)
Borstelkrans
Akkerklokje
Margriet
Bermooievaarsbek
Oranje havikskruid
Wilgenroosje
Damastbloem
Dagkoekoeksbloem
Wilde peen

Kinderen doen mee
Kinderen kunnen heel goed meehelpen met het planten en het onderhoud, zeker als ze wat groter zijn. Het is ook leuk om ze planten voor te laten zaaien in potten en bakken en te kijken of en hoe ze opkomen. Laat de kinderen de pas in de grond gezette planten de eerste tijd regelmatig ruim water geven. Zijn de plantjes eenmaal goed geworteld dan is dat alleen nodig bij langdurige droogte. Maak paadjes en/of stapstenen tussen de planten zodat de kinderen ze goed kunnen bekijken. Het is ook handig om kleine hekjes om de plantgedeeltes te zetten, zodat ook jonge kinderen weten dat ze hier voorzichtig moeten zijn. Die hekjes kunnen wat oudere kinderen makkelijk zelf maken van buigzame takken.
Natuurbeleving
Stuur regelmatig groepjes kinderen naar buiten om te kijken welke planten er bloeien en welke dieren er op of bij zitten en wat die dieren doen. Laat ze ook af en toe onder stenen en bladeren zoeken naar dieren als slakken en pissebedden en in de bodem graven wormen. De kinderen kunnen op internet namen opzoeken. Sommige soorten zoals grote tijm en wilde marjolein hebben geurige blaadjes. Laat ze die maar eens tussen de vingers wrijven. Een leuk idee is het om ieder kind een natuurlogboek te laten bijhouden met tekeningen en/of foto’s.

[Niet alleen allerlei soorten wilde bijen vinden nectar in bloeiende wilde planten, ook vlinders, wespen en deze zweefvliegen]









